Willem Gustaaf Dekker van der Schoor


Over vroeger, over nu en over straks.

Willem is 67 jaar en voelt zich sterk verbonden met zijn familiegeschiedenis, zijn geboortestreek en de regenbooggemeenschap. Vanuit Kennemerland (zijn geboortestreek) vertrok hij ooit naar het Noord-Nederlandse, maar inmiddels groeit het verlangen om terug te keren naar de Randstad. Vlinderhaven raakt voor hem aan iets wezenlijks: wonen tussen mensen bij wie herkenning, nabuurschap en toekomstbestendigheid vanzelfsprekend mogen zijn.

Willem, superleuk dat je je laat interviewen! Om maar meteen met de deur in huis te vallen: je dubbele achternaam. Je voelt je, naast je identiteit als homo, sterk verbonden met je ouders via je dubbele achternaam. “Dekker van der Schoor”. Die dubbele achternaam valt op, dus vertel: waar komt die verbondenheid vandaan?

“Van jongs af aan heb ik een sterk gevoel voor nostalgie gehad,” vertelt Willem. “Of dat te maken heeft met mijn positie als jongste van zeven, weet ik niet. Maar als jonger broertje volg je vanzelf vaak je oudere broers.”

Met één van zijn broers ging hij vanaf zijn elfde of twaalfde bijna wekelijks mee naar rommelmarkten in Haarlem en omgeving. “We verzamelden van alles, zolang het maar mee terug kon op de fiets. Boeken, schilderijen, kleine meubels, curiosa, noem maar op. Dat betaalden we van onze eigen verdiende centen: de krantenwijk, bollenpellen en wat dubbeltjes en kwartjes zakgeld.”

Die liefde voor oude spullen groeide uit tot een bredere belangstelling voor wat er thuis allemaal bewaard was gebleven. “In kasten, de schuur of op zolder kwam ik van alles tegen. Oude foto’s bijvoorbeeld. Dan wilde ik weten: wie waren die mensen? Wat droegen ze? Waar woonden ze? Wat deden ze? Zo ontstond mijn grootste hobby: genealogie.”

Halverwege de jaren zeventig was een oom van moederskant begonnen met het opzetten van een familiearchief. “Na zijn overlijden, zo’n twintig jaar later, heb ik dat archief overgenomen en voortgezet. Gaandeweg ontdekte ik eigenschappen in mijn voorgeslacht die ik ook bij mezelf herkende: belangstelling voor het verleden, archiveren, verzamelen, onderzoeken, waarnemen en zorgvuldig beschrijven.”

Je dubbele achternaam heeft dus ook te maken met hoe je naar je moeder kijkt?

“Zeker,” zegt Willem. “Na de dood van mijn moeder in 2014 begon ik me af te vragen hoe zij in mij voortleeft. Wat heb ik van haar meegekregen? Wat draag ik van haar in mij mee?”

Hij merkte dat familiegeschiedenis vaak via de mannelijke lijn wordt bekeken. “Door de patriarchale naamgeving zijn we geneigd vooral naar vaderskant te kijken. Maar mijn moeder heeft een gelijkwaardig aandeel in mijn bestaan gehad. Strikt genomen zelfs een veel groter aandeel in mijn groei en opvoeding.”

Op de vraag of hij een sterke band had met zijn ouders, geeft Willem aan dat de band met zijn moeder sterker was, dan die met zijn vader. “Dat had ermee te maken dat ik haar jongste was. En ook met een tragische gebeurtenis: na mij is er nog een kindje bij de bevalling overleden. Mijn moeder kwam altijd voor mij op en verwende me. De oudere kinderen redden zich wel, maar zij beschermde mij.”

Lekker toch, die verwennerij en extra bescherming?

“Toen voelde dat natuurlijk goed, maar achteraf had die bescherming ook een keerzijde”, zegt hij. “Het heeft niet per se bijgedragen aan mijn assertiviteit of extraversie. Maar de sterke band die ik met haar had, voel ik nog steeds. Ik wilde haar daarom ook in mijn naam terugzien en gedenken.”

Wat betekent het voor je om nu, op je 67ste, terug te willen keren naar de omgeving van je geboortestreek?

“Terugkeren naar mijn geboortegrond en mijn familie voelt voor mij als een logische stap in deze fase van mijn leven,” zegt Willem. “Het is geen plotselinge ingeving. Het past bij mijn levenslange belangstelling voor waar ik vandaan kom, wie mij gevormd hebben en wat ik daarvan meeneem.”

Die terugkeer gaat voor hem dus niet alleen over een andere woning of een andere stad. Het gaat ook over opnieuw verbinding maken met zijn roots. Met de omgeving waarin zijn herinneringen, familiegeschiedenis en persoonlijke ontwikkeling samenkomen.

De regenbooggemeenschap is eigenlijk mijn hele leven belangrijk geweest

Wat heeft de regenbooggemeenschap in jouw leven betekend?

“De regenbooggemeenschap is eigenlijk mijn hele leven belangrijk geweest,” vertelt Willem. “Toen ik in 1979 in Den Haag op kamers ging wonen voor mijn studie Nederlands aan de School voor Taal en Letterkunde, was het COC daar mijn eerste referentiepunt.”

Ook via een parttimebaan als typist op een ministerie leerde hij andere homoseksuele mannen kennen. “Daar ontmoette ik mijn eerste homovriendjes. Daarna volgden wilde jaren waarin ik vaak uitging in Den Haag en Amsterdam.”

Wilde jaren, zeg je, wilde je geen vaste relatie?

“Ruimte voor, en behoefte aan een relatie, was er vaker niet dan wel. Ik heb bijna altijd alleen geleefd en gewoond, en voelde me daar heel goed bij.”

Maar met het ouder worden verandert dat gevoel. “Het is vrij recent dat ik mij vaker alleen voel. Niet eenzaam, maar alleen. Dat had ik voorheen veel minder.”

Je hebt eerder geprobeerd om vormen van regenboogverbinding op te zetten. Hoe kijk je daarop terug?

Tijdens een kortdurende latrelatie in Friesland probeerde Willem samen met zijn toenmalige vriend een roze seniorenwoongroep op te zetten. “Aanvankelijk werd dat door een grote groep mensen enthousiast ontvangen. Maar naarmate duidelijker werd hoe complex zo’n project is, nam de belangstelling af. Uiteindelijk strandde het.” Dat weerhield Willem echter niet om de verbinding op te zoeken.

Ook vorig jaar hield hij zich bezig met het opzetten van een gekozen familie en een regenboogcafé. “Die gekozen familie viel al snel uit elkaar om agendatechnische redenen. Het regenboogcafé is eigenlijk gestopt vanwege het succes ervan. Ik vond het lastig, of eerlijk gezegd: ik had er genoeg van, om alles alleen te organiseren.”

Toch blijft Willem de regenbooggemeenschap actief opzoeken. “Ik bezoek regelmatig regenboogcafés en activiteiten in het Noorden. Dit weekend ga ik bijvoorbeeld naar Pride Groningen.” (Dit interview is gehouden voor de Pride Groningen, die dit jaar van 19 t/m 21 juni was.)

Wanneer werd het verlangen naar meer nabijheid sterker?

“Nu mijn beste vriend vanwege parkinson blijvend is opgenomen in een verzorgingshuis, mis ik naaste vrienden en familie,” vertelt Willem. “Dat maakt het besef sterker dat ik niet alles alleen wil blijven doen.”

Hij had de hoop om terug te verhuizen naar het westen eigenlijk al een beetje opgegeven. “Tot Vlinderhaven op mijn pad kwam!” Willem’s glimlach spreekt boekdelen.

Vlinderhaven kwam op mijn pad op een moment dat ik de hoop eigenlijk al een beetje had opgegeven

Die glimlach, dat zegt heel veel! Wat raakte je in Vlinderhaven?

“Daarin komen mijn woonwensen voor de toekomst eigenlijk allemaal samen,” zegt Willem. “Een woongemeenschap van gelijkgestemden en gevoelsgenoten, met mooie kernwaarden zoals nabuurschap en duurzaamheid.”

Voor hem is Vlinderhaven geen project waar alleen ouderen zich in kunnen herkennen. Juist de mix van leeftijden spreekt hem aan. “Niet meer altijd alles alleen, maar samen als het kan. En dan ook nog met mensen van verschillende generaties. Dat vind ik belangrijk.”

Tegelijk ziet hij daarin ook een uitdaging. “Niet in de laatste plaats vanwege de digitale wereld waarin we leven. Niet iedereen komt daarin op dezelfde manier mee”, doelend op de wijze waarop digitale middelen ‘echt contact’ in de weg kunnen staan. “Niet iedereen gaat daar verstandig mee om. Dat vraagt aandacht, geduld en begrip.”

Waarom past juist Vlinderhaven bij deze fase van je leven?

“Het gaat om samenleven met mensen bij wie je iets herkent,” zegt Willem. “Mensen met/aan wie je niet alles hoeft uit te leggen.” Voor Willem is Vlinderhaven daarmee méér dan wonen alleen. Het gaat over verbondenheid, herkenning en toekomstbestendig leven. Over zelfstandig kunnen blijven wonen, maar niet los van anderen.

Over een gemeenschap waarin ruimte is voor persoonlijke geschiedenis, identiteit en onderlinge steun. “Voor mij voelt het als een kans om in een nieuwe levensfase niet terug te trekken, maar juist opnieuw verbinding te zoeken. Met mijn geboortegrond, met mijn familiegeschiedenis en met mensen die begrijpen wat het betekent om deel uit te maken van de regenbooggemeenschap.”

Wat mooi gezegd Willem! Ik hoop dat je die verbinding(en) in Vlinderhaven vindt – en meer.